Maandelijks archief: april 2012

Maya – Richard L. Thompson

MayaAls je mijn boekenblog volgt, dan staan er een aantal boeken in de wacht. Zij worden gelezen, simultaan met andere boeken. Dit boek komt daarbij met een zekere prioriteit. Het is namelijk niet van mij, ik moet het zo weer teruggeven. Daarnaast is het erg boeiend, maar ook erg moeilijk. Ik moet het echter met één enkele lezing doen, ik heb geen tijd voor nog een lezing. Het thema is: is de realiteit zoals wij die kennen wel de echte realiteit? Of is deze gebouwd op een diepere laag, laten we zeggen de basisrealiteit? Om het denkmodel wat makkelijker te maken: is het mogelijk om onze realiteit, of eventueel een wat gewijzigde realiteit in een computer te simuleren? Jazeker, dat kan. Je kunt virtuele zintuigen en zelfs een virtueel brein creëren. In het boek over vrije wil komt nog aan de orde hoe gemakkelijk het is om iemand te laten geloven dat een arm van iemand anders de eigen arm is. Eigenlijk zou je een persoon helemaal kunnen overzetten naar een computer. Daarbij moet er wel vanuit gaan dat bewustzijn een patroon is, en als zodanig programmeerbaar. Dat leidt tot weer allerlei filosofische problemen. Maar om het idee even vast te houden, je zou je dus kunnen voorstellen dat de huidige realiteit in feite geprogrammeerd is, je mag ook lezen ‘gedroomd’ wordt door een soort opperwezen waarvan de aard niet duidelijk is. Als zo’n wezen al die details droomt, dan moet zijn geheugencapaciteit immens zijn. Dan ben je ècht oppermachtig! Het voorbeeld van de ‘Bakkers transformatie’ wordt besproken. Neem een aantal kleine krentjes in een deeg, vouw plet, vouw, plet enz. Bij het pletten ontstaat iedere keer een ander krentenpatroon. Daar kunnen patronen tussen zitten die ons aanspreken. Je kunt deze bewerking ook virtueel maken en de krenten heel klein. Tussendoor komt beschouwing dat chaotische systemen een zg ‘strange attractor’ hebben die een bepaald patroon uitlokt. Een kleine (en ja, ook een heel kleine verandering kan een chaotisch systeem volledig veranderen. De schrijver speelt met de gedachte dat als een onbekende macht, bijvoorbeeld vanuit de basisrealiteit op microniveau een verandering aanbrengt dit enorme veranderingen kan geven, terwijl voor ons niet zichtbaar is wat de oorzaak is. Het is niet meetbaar en komt ook niet in conflict met natuurkundewetten.
Zelf heb ik het ingrijpen van God (of i.d.) in de geschiedenis of in een mensenleven altijd op deze manier verklaard.
Statische systemen zijn erg kwetsbaar, chaotische systemen niet. Denk hierbij ook aan de hartslag. Als deze volkomen regelmatig wordt, is het einde nabij!
Ik overweeg de betekenis van de ‘morfogenetische velden’ zoals Rupert Sheldrake die beschrijft op het universum. Samen met de invloed van onze geest en ‘God’. God wordt steeds meer door mij gezien als een soort collectief idee, waardoor een morfogenetisch veld gevormd wordt. Een soort archetype, maar dan meer.

In die termen worden ook hallucinaties beschreven. Hoeveel reken capaciteit heb je nodig om een beetje geloofwaardige hallucinatie te beleven. Dat is toch stevig. Bepaalde dingen worden in het mechanistische wereldbeeld niet voor mogelijk (of wenselijk?) gehouden. Hallucinaties horen daarbij. Die moeten wel door het brein geproduceerd worden.
Een speculatief boek. Werkelijkheid wordt iets vaags, maar eigenlijk wisten we dat al wel.
‘Niets is wat het lijkt, voor wie goed kijkt’! (Dichtregel van de Utrechtse schrijver Cees Crone (1914-1951)