Book of the New Sun – Gene Wolfe

Heel lang geleden heb ik de hele serie gelezen. Daar is alleen een sfeer en sommige details van blijven hangen. Vandaar dat ik opnieuw ben begonnen. En inderdaad, ik ben veel vergeten. Het boek, oorspronkelijk een serie van vier, speelt minstens een miljoen jaar in de toekomst. De wereld is oud, je kunt nergens een schop in de grond steken of er komt wel iets mee naar boven. De zon is rood geworden en geeft minder warmte. Er zijn nog steeds mensen, maar sommigen zien er vreemd uit. Paarden lijken op iets anders, net als vele andere dieren en zaken. Er lopen genetisch gemanipuleerde levensvormen rond, buitenaardse levensvormen. De cultuur is die van verval. Men leeft in en met overblijfselen uit het verre verleden. Veel van dat verleden is een mythe. Er worden sommige technieken gebruikt die wij ons niet kunnen voorstellen, maar die hier als gewoon of zelfs als oud worden beschouwd. De hoofdpersoon is Severian, hij is een ‘Folteraar’, een eerbiedwaardig ambt met een oud Gilde. Om redenen die ik niet zal verklappen, moet hij de Stad Nessus verlaten en op reis naar een ver weg gelegen andere, veel kleinere stad. Nessus is immens groot. Zeer ruim daaromheen gelegen is de stadsmuur, met een aantal poorten. De muur en de poorten zijn zò groot, dat in het hele heelal waarschijnlijk niet iets dergelijks is te vinden.

De stijl van het boek doet bewust archaïsch aan: ik lees het in het Engels, er worden veel oud-engelse woorden gebruikt, veel namen neigen naar Latijn en Grieks, maar er komen ook veel begrippen uit de mythologie van over de hele (hedendaagse) wereld. Daarnaast zijn er regelmatig woorden die ze alleen over een miljoen jaar gebruiken. Severian is een denker. Regelmatig gaan zijn gedachten aan de loop en worden wij meegenomen in het spoor.

Ik ben van plan alle vijf de boeken te gaan lezen. Alle vijf ja, er is na lange tijd een deel bij gekomen.

Die Tochter des Klosterschmieds – Peter Dempf

Ergens in de vroege Middeleeuwen, ten tijd van Karel de Grote, heeft graaf Ewalt Pfaffenstein een leen aan de Moezel. Daar hoort ook een groot klooster bij. In het kasteel werkt een smid. Zijn vrouw is overleden, hij heeft één dochter. Als de graaf terugkomt van de oorlog is hij woedend op de smid omdat zijn zwaard in de strijd is gebroken, hij laat de rechterhand van de smid afhakken. De smid overleeft en wordt nu smid in het klooster waar zijn dochter het zware werk moet doen. Ze wordt erg goed in het vak. Maar een vrouw als smid? Kan nooit goed zijn. En een zwaard dat door een vrouw is gesmeed? Niet gebruiken, dat is god verzoeken. Maar ze maakt een zwaard zoals nog niet eerder is gemaakt. In staat om elk ander zwaard te breken. Als de zoon van de graaf dat ontdekt, wil hij haar geheim stelen. Ze vlucht.
Het is een goed geschreven, spannend historisch verhaal. De verhoudingen tussen volk, kerk en adel komen goed naar voren. De persoonsbeschrijvingen zijn voldoende voor het verhaal. Wat er mijns inziens niet echt in past is de grote gevaarlijk hond die gered word door Ulfbertha (de dochter) en nu zo dankbaar is dat hij haar altijd volgt en redt. Hij begrijpt ook gecompliceerde opdrachten. Dat even terzijde, ik vind het een mooi boek, een aanrader!
Gelezen in het Duits.