Maandelijks archief: mei 2020

Woran glaubt der Mensch? – Der Spiegel 2013 nr 52

In dit hoofdartikel van ‘Der Spiegel’ wordt gesteld dat de mens van nature geneigd is tot bijgeloof en magisch denken. Hij heeft angst en ontzag voor hogere machten. En de reguliere kerken en moskeeën doen daar niet zo in mee. De rituelen daar raken de mensen ook niet zo, de meeste mensen ervaren de rituelen als abstract. Ik hoorde ooit een priester eens uitleggen waarom bepaalde onderdelen van de liturgie exact op deze wijze uitgevoerd moesten worden. Het was vooral ook belangrijk dat de mensen daardoor zouden begrijpen dat… Maar ze begrepen het niet en vonden de foute manier mooier. Veel rituelen zijn best mooi, maar meestal omdat het nu eenmaal zo gaat.
Ondanks het gegeven dat de kerken leeglopen, lijkt het basis volksgeloof niet echt te verminderen. Ook een niet kerkelijk mens moet toch eerst even slikken als iemand op straat hem vraagt om zijn ziel aan de duivel (waar hij niet in gelooft) te verkopen voor 50 euro. We zijn minder verlicht dan we denken, in ieder mens leeft nog iets van de oertijdangst. Deze magische wereld is niet aangetast door kerkelijke leringen. Die zijn te complex en hebben geen praktische toepassing. De kerk en haar schapen zijn vreemden voor elkaar!
Volgens ‘Der Spiegel’ is het oergeloof vrijwel niet door de kerken beïnvloed en bestaat er een sterke neiging tot ‘übersinnlich denken’. Er worden een aantal voorbeelden genoemd.
-90% van de mensen denkt te voelen dat iemand in hun nek staart.
-Een foto van je trouwring, of van opa en oma verscheur je niet zomaar
-Uit een onderzoek blijkt dat ook zg atheïsten er voor terugdeinzen om aktief en luid God te lasteren. Ook als ze het wel doen, is aan de elektrische huidweerstand meetbaar dat het niet helemaal lekker voelt.
Volgens ‘Der Spiegel’ zit het magisch denken ook in de angst voor genetische manipulatie, kleding van popsterren en de enorme prijzen die betaald worden voor originele kunstwerken [1].
Het dalende kerkbezoek heeft geen invloed op het geloof in wonderen (50% van de West Duitsers gelooft in wonderen, 38% in engelen en 52% gelooft dat er ‘iets goddelijks’ bestaat). Zowel in de Middeleeuwen als tegenwoordig is de kerkelijke leer te complex. De katholieke kerk heeft dan tenminste nog leuke dingen, zoals mooie kerken, rituele en processies, kluizenaars etc.
Er wordt een experiment besproken, uitgevoerd door ene Bruce Wood waarbij mensen werd gevraagd om foto’s van dierbaren te verscheuren (niet de originelen). Dat ging niet van harte (Voodoo / mana principe).
Verder was er een doosje waarover een bezwering werd uitgesproken nadat er een plastic pasje is was gelegd, daarna was het pasje ernstig beschadigd. En hoewel iedereen snapt dat het een truc is, waren de meeste studenten terughoudend met het inleggen van hun hand.
Het lijkt erop dat in dit soort experimenten geen duidelijk verschil bestaat tussen gelovigen en ongelovigen. Ook atheïsme is een vorm van religie die haar aanhangers overvraagd. Lees verder

De schrijver begint met een uitleg over de kleinste deeltjes, 17 maar liefst. Wat zijn hun eigenschappen, wat is hun rol in de materiële wereld zoals wij die dagelijks meemaken. Er wordt een schema gegeven, maar dat is voor een goed begrip iets te karig. Dit zijn dingen waarbij plaatjes ter verduidelijking toch een belangrijke kunnen rol spelen.

Er zijn vlgs de schrijver 12 basisdeeltjes:

  • 6 quarks die aan elkaar klitten
  • 6 leptonen die meer solitair zijn electron, muon, tau en hun neutrino’s
  • quarks en leptonen zijn fermionen
  • Er zijn 4 kracht deeltjes: foton (electromagetische kracht), gluon (sterke kernkracht), W en Z boson (zwakke kernkracht)< ze worden ook wel  Bosonen genoemd.
  • Quarks en leptonen vormen de materie, bosonen zorgen voor de nodige krachten
  • En dan is er ook nog het Higgs boson, dat geeft massa.

De schrijver slaagt er wel in om een globaal beeld te schetsen. De kleinste deeltjes zijn eigenlijk kleine trillende snaartjes, de trillingsfrequentie bepaalt het type deeltje. Dan heb je ook nog membranen. Een en ander speelt zich af in gemiddeld 11 dimensies. De theorie is volledig wiskundig. De voorspellende waarde is vrijwel nul, er zijn oneindig veel varianten. De theorie vreet veel energie en levert bitter weinig op. Het doet me denken aan de eerste astronomen die ook de planetenbanen als strikt wiskundige schoonheid zagen, perfecte cirkels. Dat bleek uiteindelijk ook meer chaotisch te zijn dan gedacht.
Het boek schetst een globaal beeld over snaartheorie, na lezing heb je ook een globaal beeld van de theorie. Leuke onderwerpen vond ik het antropisch principe en het mogelijk bestaan van meerdere universa.

Tagebuch eines napoleonischen Fußsoldaten – Jakob Walter

Een autobiografie. De schrijver berschrijft het dagelijkse leven als infanterist. Hoewel geen Fransman, moest hij meevechten in de  Napoleontische oorlogen1806/07, 1809 en 1812/13. Zijn koning had zich verbonden aan Napoleon. Er vallen mij een paar zaken op. Hij loopt werkelijk ongelofelijk afstanden! Ik zou zijn schoenen of laarzen weleens willen zien. Hoe was het schoeisel in die tijd?

Als burger was je mooi klaar als je militairen kreeg ingekwartierd. Verder, wat je in geschiedenislessen bijna nooit hoort, is de enorme logistiek die met het oorlogvoeren gemoeid was. De administratie etc. Jakob beschrijft dat soort zaken ook. De eerste twee oorlogen worden vrij neutraal beschreven, hij kwam er ook redelijk ongedeerd weer uit. De laatste, de tocht naar Moskou, is een waar horror verhaal. Veel lopen, tot in Polen is de verzorging goed, maar eenmaal in Rusland begint de honger al wat toe te slaan, er moet veel geroofd worden onderweg. Ondertussen moet er ook nog met de Russen gevochten worden. Als Moskou niet te houden blijkt, moeten ze weer terug. Het wordt kouder, er is gebrek aan alles, de Russen bepalen de route van de terugtocht bijna volledig. Ze komen opnieuw langs een een recent slagveld. Stapels lijken. De terugtocht is een ramp. Honger, ziekte, schietende Kozakken, stervende mensen, ieder voor zich. Eenmaal de in Polen begint het wat makkelijker te worden, er zijn weer georganiseerde legers aanwezig. Binnen die structuur wordt hij verder getransporteerd. Hij haalt, doodziek zijn dorp. Hij moet daarna naar het militair hospitaal, overleeft met moeite. Hij wordt afgekeurd en ontvangt een invalidenpensioen. Er was toch best wel e.e.a. geregeld voor militairen.

In de beschrijving van dit verhaal verraad ik geen clou. Het boek gaat over de beschrijving van alledag van een dienstplichtig militair als speelbal van krachten waarop hij geen enkele invloed heeft . Zeer de moeite waard!

Tom Poes De Nachtmerrie – Marten Toonder

Tijdens een zware storm logeert Tom Poes op Bommelstein. Midden in de nacht klopt een ongure vreemdeling aan die een merrie wil verkopen. Een heel handige, als je ‘Help’ roept komt ze meteen. Ollie B. Bommel hapt onmiddellijk toe, Tom Poes ziet het meer als een ‘Hm’. De verkoper is Pocus Pas en daar kun je niets goeds van verwachten. Dat blijkt ook zo te zijn. Als lagere school leerling las ik deze verhalen in de Donald Duck. Erg spannend. Eng. Een geweldig Toonder verhaal met schitterende tekeningen!

Van Nicea tot Bonifatius – François Roget

Dit boek kocht ik in 1991 bij ‘De Slegte’, het heeft dus 30 jaar ongelezen in mijn kast gestaan. Het boek is uit 1863 en is een bundeling van artikelen die in 1842 – 1844 in Genève als tijdschriftartikelen zijn verschenen. De schrijver betoogt dat de vroege kerk zich vanaf den beginne meer vereenzelvigde met de keizer dan met de republiek. Hij stelt  dat senaat georiënteerde keizers ook meer geneigd waren christenen te vervolgen. Hij maakt onderscheid tussen de kerk en het christendom. De kerk, die meer naar de heidenen had moeten gaan, zocht teveel de connectie met de keizers. Constantijn  werd christen uit puur pragmatische overwegingen en vanuit zijn functie als Pontifex Maximus. Hij eiste de macht op over de kerk, die zich dat liet welgevallen. Een aantal bisschoppen zag het gevaar wel. De christenen legden hem niets in de weg.

Constantijn  wilde in de kwestie ‘Arius’ wel advies van het concilies, maar uiteindelijk gaf hij zelf aan presbyter Arius en bisschop Alexander het bevel de zaak op te lossen. Het was in Constantijns belang dat er twist bleef. Verdeel en heers. De zoon van Constantijn was een Ariaan.

Toen Julianus keizer werd was de paniek groot. Na zijn dood werd er ordinair op hem gescholden, o.a. door bisschop Gregorius. Hij vervolgde de kerk echter niet, maakte alleen een einde aan hun voorrechten. Vanwaar dan die woede en het gescheld?

Constantijn en zijn opvolgers lieten zich nog steeds met hun heidense titels aanspreken en werden ook vergoddelijkt.

Het boek is zeer gedetailleerd. De essentie is dat het een enorme fout was om de politiek de macht over de kerk te geven. Het gevolg was de groeiende machtspositie van de kerkelijke leiders, die zich weinig meer aantrokken van hun schapen. Andersdenkende christenen en heidenen werden vervolgd.

Waarom wordt de bekering van Constantijn dan gevierd als een triomf voor de kerk? Het was een grote val. Aardig is om te lezen dat allerlei ‘foute’ stromingen grotendeels verdwenen of juist naar voren kwamen door politiek gekonkel. Dat maakt de de waarde van allerlei dogma’s, waaronder de Triniteit, nogal betrekkelijk.

Al lezende kwam de gedachte in mij op dat alle grote religies blijkbaar met hetzelfde probleem te maken kregen. Ook de Islam, het Jodendom, de Hindoes, de Zoroasters.

De filosofen hebben de kerk haar vrijheid weergegeven. De schrijver had liever gehad dat het anderen waren geweest, maar toch:

Om het christendom omver te werpen wezen o.a. Voltaire en de Encyclopedisten naar de talloze verschrikkingen waarmee het vervolgingsfanatisme de annalen van alle christelijke volken had bezoedeld. Hierdoor hebben zij terecht de geest der vervolging kapot gemaakt, zij hebben raak geslagen op de plek van de ergste ketterij, namelijk de ketterij van de opperheerschappij van de geestelijkheid, een ketterij die door de vorsten blindelings werd gesteund.

Bij het christendom  heeft het heel lang geduurd voordat kerk en staat gescheiden werden. De Islam moet hier nog aan beginnen. Er zijn diverse Islamitische staten en het streven naar een kalifaat is springlevend.

Dit alles is het thema dat dit boek dat gedetailleerd wordt uitgewerkt. Voor een zo oud boek eigenlijk onverminderd actueel.

Alex De Gouden Sfinx – Jacques Martin – 2

Het tweede album. De tekeningen zijn mooi, het verhaal wat chaotisch. Alex wordt vanuit Gallië, waar hij min of meer stamhoofd is geworden, door Caesar naar Egypte gestuurd. Iets met een gouden sfinx. Vrijwel onmiddellijk probeert iemand hem uit te schakelen, maar dat lukt natuurlijk niet. Hij ontmoet Enak, die hem in alle verdere avonturen begeleid.De belangrijkste rol van Enak is om op de meest ongelukkige momenten te niezen, te vallen, ziek te worden, gevangen genomen worden etc. Dan wordt het wat spannender. In het eerste album viel mij ook al op dat de schrijver, hoe mooi hij ook kan tekenen, een onvoldoende op natuurkunde moet hebben gehad. Alex wordt gevraagd om even een steen terug te schuiven. Als je ziet hoe groot dat blok is, dan weet je dat het met twee sterke kerels ook niet zal lukken. Alex doet het moeiteloos. Uiteindelijk komt het verhaal hier op neer dat de aartsvijand van Alex, Arbaces, Chinezen in dienst heeft die buskruit maken. Daarmee wil Arbaces de macht grijpen, dat is meestal zo met aartsschurken. Dat lukt uiteraard niet, met grote explosies eindigt het verhaal. Arbaces ontsnapt om ergens anders weer groot, machtig en misdadig te worden. Ik krijg wel respect voor die man. Het grootste deel van het verhaal bestaat uit achtervolgingen.

Jezus de middelaar

Recent las ik een artikel geschreven door een moslim. Hij beantwoordde de vraag of de God van het jodendom, christendom en islam dezelfde was. Met het jodendom was hij gauw klaar. Ja, dat was dezelfde, duidelijk. Maar de christelijke God was toch wat anders, die was ‘drie-enig’. Een complicatie. Maar ook hier gold, ja, het is Dezelfde, maar de theologie moet wat bijgespijkerd.
Persoonlijk heb ik altijd mijn bedenkingen gehad bij de Triniteit. Het is om meerdere redenen een onlogisch construct. Waarom zou God drie-enig moeten zijn. Of een geslacht hebben? Als God wil kan Hij zich ten alle tijde als mens, olifant of kikker voordoen. Of als Geest over de wateren zweven. Anders gezegd, God kan in iedere of geen vorm verschijnen. Het is dan ook vreemd om allerlei constructen te gaan bedenken om dit te verklaren. De theologische discussies en geweld uitingen om helder te krijgen hoe de Zoon van God zich verhoudt tot mens en God zijn niet meer te volgen. In het verleden heeft men allerlei meningen gehad en sloeg men elkaar wederzijds hiervoor den schedel in.
Imam Thawidi ziet Jezus als een mogelijk verbindend persoon tussen alle Abrahamitische religies. Want hoewel de visie op Jezus verschilt, zijn de dingen die hij leerde wel breed gedragen. Volgens Pinchas Lapide zou hij ook bij de Joden niet verkeerd vallen, zolang hij maar geen God is. Dat is zijn grootste obstakel. Wat maakt hem dan goddelijk? Als je kijkt naar de grote profeten vòòr hem eigenlijk niets. Ook die hadden wijsheid, deden wonderen, wekten doden op en gingen soms ook linea recta naar de hemel. Hierbij gaat het mij er niet om of dat allemaal letterlijk waar was, maar om de Schriftuurlijke argumenten. In den beginne was Jezus ook niet God. De Arianen waren aanvankelijk een grote partij. Maar op o.a. politieke gronden redden zij het niet. Tegenwoordig zijn er niet zoveel Unitariërs meer. De Jehova getuigen. Michael Servet was er ook één. Die dacht dat de Reformatie hèt moment was om de dogma`s te herzien. Nee dus. O.a. door Calvijn werd hij om deze reden op de brandstapel gezet. Gezegd moet worden dat Calvijn nog het voorstel deed om hem te onthoofden, dat was sneller en humaner.
—Wordt vervolgd—