Categorie archief: Stripboek

Agent 327 – Martin Lodewijk

Over deze dappere geheim agent van de Nederlandse Geheime Dienst las ik voor het eerst -hoe kan het ook anders- in de PEP, waar geregeld korte strips (paar bladzijden) van hem verschenen. In de strip uit de PEP links boven moet 327 een microfilm bezorgen in Zuid Amerika. Gelukkig moet Ajakkes voetballen in Brazuela, de microfilm gaat in een voetbal, samen met een explosief zelf vernietigings-mechanisme. Er gaat van alles fout, de bal explodeert, er komt een ‘revolucion’ en 327 eindigt als president. Dit verhaal is kenmerkend voor 327. Ze zijn altijd verweven met realiteit, of vormen ervan en bekende televisieseries, zoals destijds ‘Dubbelspion’, zie de PEP rechtsboven. Als geheim agent moet hij iedere ochtend iets nieuws verzinnen om incognito op kantoor te komen, een opgave apart. Hieronder zal ik de albums die ik gelezen heb kort beschrijven. (Wordt aan gewerkt…)

Lees verder

Roodbaard

Vanaf ongeveer 1965 was ik abonnee van de PEP, het op één na beste stripblad ooit (ik vond Kuifje beter, maar niet veel). Dat ik het niet meer precies weet komt omdat mijn moeder in een opruim stemming de PEPs bij het oud papier gooide, ze waren ineens weg. Vanaf 1967 heb ik ze nog. De meeste Roodbaard verhalen stonden in de PEP. Het verrast dat Roodbaard voor de lezers een sympathieke figuur is, terwijl hij een meedogenloze moordenaar en dief is. Vader en pleegzoon zijn voortdurend bezig elkaar te redden uit gevangenschap en penibele situaties. Dat anderen daarbij om het leven komen is ondergeschikt belang, het gebeurt dan ook grootschalig, bemanningen tellen nauwelijks mee, laat staan burgers. De tekeningen zijn bijzonder goed, het valt niet mee, lijkt me, om telkens zò nauwkeurig al die schepen en golven en landschappen te tekenen. De gezichten lijken erg veel op elkaar.

Verder, als ‘Jip en Janneke’ tegenwoordig niet meer in de bibliotheek mogen staan, dan is deze strip ook absoluut uit den boze voor mensen die een verhaal en personages niet in hun context kunnen of willen zien. Lees verder

Agent 327-19: De Vlucht van 75 jaar terug – Martin Lodewijk

Nog steeds mijn favoriet als het om Nederlandse strips gaat, ook als het om buitenlandse gaat.  Naast Maarten Toonder de ultieme Nederlandse strip (Vind ik)! Hoewel, iets minder Olga Lawina mag wel.  In dit verhaal speelt ze vrijwel geen rol. Dit gaat over de eerste opdracht van IJzerbroot (agent 327), hij moet een microfilm met staatsgeheimen uit de verwoeste Führerbunker in Berlijn halen. Aanrader!

Alex 36: De Eed van de Gladiator – Jacques Martin

Gelezen 25.09.2020: Ik heb aardig wat Alex strips overgeslagen, ik zal de schade inhalen, want ik heb ze bijna allemaal. Maar deze is duidelijk nieuwer. Wat opvalt is dat de tekeningen ruimer zijn opgezet. De tekeningen zijn nog steeds erg gedetailleerd maar minder houterig. Geweld wordt minder verdoezeld, er zitten vervelende slagveld plaatjes tussen. Niet dat ik daarop zit te wachten, maar andersom, om een veldslag als een gezellig knokpartijtje voor te stellen lijkt me ook niet in orde. De strip is er m.i. duidelijk op vooruit gegaan.

Dan Cooper: 3 kosmonauten

Deze strip heb ik gelezen in de PEP, een wekelijks verschijnend stripblad in die tijd. Dan Cooper was nooit mijn favoriet, in dit verhaal ben ik alleen maar gesterkt in mijn mening. Een professor heeft iets met anti-zwaartekracht ontdekt en dat moet met 3 ruimtecapsules uitgetest worden. Er is echter een saboteur die alles voortdurend dwarsboomt. Dat blijkt achteraf de broer van de prof. Ook als de 3 kosmonauten eenmaal in een baan om de aarde zijn gaat er een en ander fout. De tekeningen zijn aardig, maar laten rare dingen zien, bv een capsule zonder enige brandstoftank waar enorme vlammen van de motor uitkomen. De 3 capsules moeten even koppelen, landen in de Alpen (zie cover) en dan worden ze opgepikt. Zwak verhaal. ik kan het niet aanraden.

Tom Poes en Ollie B. Bommel – Marten Toonder

Deze verhalen stonden in het verre verleden in de Donald Duck. Ze zijn een aantal malen opnieuw uitgegeven.
Tom Poes en de Nachtmerrie

Tijdens een zware storm logeert Tom Poes op Bommelstein. Midden in de nacht klopt een ongure vreemdeling aan die een merrie wil verkopen. Een heel handige, als je ‘Help’ roept komt ze meteen. Ollie B. Bommel hapt onmiddellijk toe, Tom Poes ziet het meer als een ‘Hm’. De verkoper is Pocus Pas en daar kun je niets goeds van verwachten. Dat blijkt ook zo te zijn. Als lagere school leerling las ik deze verhalen in de Donald Duck. Erg spannend. Eng. Een geweldig Toonder verhaal met schitterende tekeningen!

Tom Poes en de Knopenmaker

Dit verhaal draait om knopen. Alle spreekwoorden en gezegden met knoop erin komen voorbij, tot het moment van de ontknoping, of liever, het doorhakken van de knoop. Opnieuw is Hokus Pas weer bezig, nu als knopenkoopman. Hij heeft hele speciale knopen, die hechten zich vanzelf aan je, met alle gevolgen van dien! Ik herinner mij een aantal onderdelen van het verhaal nog. Deze strips verschenen toen in de Donald Duck. Ze waren toen best wel eng …

   xxx
   
   

Alex 2: De Gouden Sfinx – Jacques Martin

Het tweede album. De tekeningen zijn mooi, het verhaal wat chaotisch. Alex wordt vanuit Gallië, waar hij min of meer stamhoofd is geworden, door Caesar naar Egypte gestuurd. Iets met een gouden sfinx. Vrijwel onmiddellijk probeert iemand hem uit te schakelen, maar dat lukt natuurlijk niet. Hij ontmoet Enak, die hem in alle verdere avonturen begeleid.De belangrijkste rol van Enak is om op de meest ongelukkige momenten te niezen, te vallen, ziek te worden, gevangen genomen worden etc. Dan wordt het wat spannender. In het eerste album viel mij ook al op dat de schrijver, hoe mooi hij ook kan tekenen, een onvoldoende op natuurkunde moet hebben gehad. Alex wordt gevraagd om even een steen terug te schuiven. Als je ziet hoe groot dat blok is, dan weet je dat het met twee sterke kerels ook niet zal lukken. Alex doet het moeiteloos. Uiteindelijk komt het verhaal hier op neer dat de aartsvijand van Alex, Arbaces, Chinezen in dienst heeft die buskruit maken. Daarmee wil Arbaces de macht grijpen, dat is meestal zo met aartsschurken. Dat lukt uiteraard niet, met grote explosies eindigt het verhaal. Arbaces ontsnapt om ergens anders weer groot, machtig en misdadig te worden. Ik krijg wel respect voor die man. Het grootste deel van het verhaal bestaat uit achtervolgingen.

Alex 1: de Onversaagde – Jacques Martin

De eerste Alex strip. Een slaaf in het Romeinse rijk met een bijzondere achtergrond. Hij wordt geadopteerd door een ex-militair die hem en zijn vader als slaaf had verkocht. En hij staat op goede voet met Julius Caesar. En hij is akelig eerlijk en dapper. De ideale schoonzoon. Hij maakt kennis met zijn ‘Erbfeind’. Positief: De steden en landschappen zijn schitterend. Geschiedenis docenten zouden hiervan gebruik moeten maken. De personen zijn ietwat stijfjes. Het verhaal: veel toevalligheden die uiteindelijk tot eer en glorie van Alex uitpakken. Hij is een soort Latijnse Batman, onrealistisch eerlijk en dapper enz enz. Maar de tekeningen zijn mooi, alleen daarom al lezenswaard.

In gevechtsscènes valt op dat deze blijkbaar volledig bloedeloos verlopen.

Thorgal – Aniël

Al heel lang volg ik de stripserie ‘Thorgal’. De essentie van het verhaal: In het verre verleden hadden de mensen op aarde al een hoog technologische beschaving, maar werden vanwege diverse oorzaken gedwongen te verhuizen naar een andere planeet. De resterende mensheid op Aarde verviel weer tot barbarendom. Na tig-duizend jaar komen de de geëmigreerde mensen terug, gedwongen door o.a. grondstoffen tekort. Ze zijn verder geëvolueerd, ze hebben die verse ‘parapsychologische’ vaardigheden.

Combineer deze vaardigheden met Aardse barbarij, Vikingen, maar ook een tamelijk reeële godenwereld en magie en je hebt Thorgal. De tekenaar, Rosinski is heel lang betrokken geweest bij dit project. Ik heb erg lang Thorgal gevolgd, maar ik ga nu afhaken omdat

  1. de tekeningen vreselijk zijn geworden. Vlekkerig. Als schilderij misschien wel mooi, maar niet als strip tekening.

  2. Het verhaal begint goedkoop te worden, tè toevallig allemaal. Misschien goed om er een punt aan te draaien en iets nieuws te beginnen. Er zit overigens wel enig verschil tussen de verschillende verhaal lijnen.

Magnus, de antirobot magiër

Zijn verdere ontwikkeling vind je op Wikipedia. Maar ook deze site is interessant!

Magnus is bedacht in de 60er jaren, maar heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Ik ken hem alleen van de eerste paar deeltjes. Ik kocht ik weleens een boekje over hem. Zò vertaald uit het engels. De Nederlandse exemplaren waren echter allemaal in het zwart-wit.  Allereerst ‘De reus van planeet X’. In NorthAm landt een reuzen robot die de boel begint te vernielen. Hij wordt van een afstand bestuurd door Xyrkol, een waanzinnige geleerde. Interessant is dat NorthAm uiteraard noord Amerika is, èèn grote stad. Er lijken geen gekleurde mensen te wonen, de mensen hebben bij voorkeur een jaren’50 kapsel. Er is door de schrijver nog geen link gelegd tussen computers en robots. Je ziet de grote super computer van Xyrkol dan ook bediend worden door robots die op knopjes moeten drukken en hendeltjes overhalen. De robots uit de toekomst lezen hun informatie ook van telex strookjes, inclusief de gaatjes. Zie de afbeeldingen. Leeja, de vriendin van Magnus, een mooie blonde meid, is een en al aanhankelijkheid. Zie hieronder voor de comics:

Lees verder