Tagarchief: brein

New Scientist Special 2019 -The Brain

Intelligentie

Intelligentie wordt gezien als het vermogen om logisch te kunnen redeneren, leren, plannen en problemen te kunnen oplossen. Mensen die goed zijn in een van deze vaardigheden, zijn dat meestal ook in de andere. Het wordt ‘algemene intelligentie’ of ‘g’ genoemd. Emotionele intelligentie is een mengsel van g en persoonlijkheid. Creativiteit is gerelateerd aan ‘g’: er is een lineair verband tot een IQ van 120, daarna wordt het onduidelijk. Onderwijs is tot nu toe de enige interventie die het IQ kan verhogen (iets dat niet te streng moet zijn, las ik in de Volkskrant, dat is niet woke en vooral racistisch, typisch voor witte mannen). Het is verder sterk genetisch bepaald. IQ testen zijn betrouwbaar, dat is niet het geval met de korte testjes op internet. Het IQ van bv geadopteerde kinderen correleert meer met de biologische dan met de adoptiefouders. Ongeveer 50% van het verschil in IQ is genetisch bepaald. Genen willen overigens niet zeggen dat je ook een bepaald IQ gaat krijgen, maar bepalen wel een soort bovengrens.

Negatieve invloeden zijn o.a. voedingsdeficiënties, darmparasieten, loodvergiftiging etc.

  • Het boosaardig genie: psychopaten hebben meestal een beneden gemiddeld IQ maar manipuleren zich naar de top.
  • Mensen met een hoog IQ zijn vaak bijziend: dat komt doordat er veel gelezen wordt, maar er kan ook een genetische link zijn. Dit verschil verdwijnt met de komst van ‘tablets’ en smartphones.
  • Verstrooide professor: niet erg gekoppeld aan IQ.
  • Mensen die er goed uitzien zijn meestal ook intelligenter.
  • Tijdens de zwangerschap neemt het hersenvolume af en wordt het korte termijn geheugen slechter, dit herstelt zich na de zwangerschap.
  • Een erg hoog IQ is gerelateerd aan bipolaire stemmingsstoornis.

 De grootte van de hersenen is niet sterk gecorreleerd aan intelligentie, de hersenstructuur wel. Die structuur verschilt tussen mannen en vrouwen. Er is geen verschil in IQ tussen mannen en vrouwen, mannen komen echter meer voor aan beide uiteinden van het IQ spectrum.

Lees verder

Ganesha in Silicon Valley – Petran Kockelkoren

Ik kwam op de titel van dit boek tijdens een klooster retraite in Thuine, ik kocht het boek onmiddellijk, het duurde echter 9 maanden voor ik er aan toe kwam.  De introductie is tamelijk vaag zoals schrijvers die vooral de indruk willen geven ‘literatuur’ te schrijven. Dat blijft de eerste twee hoofdstukken zo. Je krijgt geen benul waar het over gaat. Wat is een mythe in zijn beleving? Dat verandert in hoofdstuk 3, dat gaat ergens over.

Kockelkoren onderscheidt drie soorten mythe:

  1. Oorsprongs mythen
  2. Transitieriten
  3. Machtslegitimatie

Het gaat hier over de constructie van het ‘innerlijk’. Het besef dat we allemaal een particulier ‘innerlijk’ hebben is pas van de laatste 400 jaren, het begon met René Descartes (1596-1650), hij wordt beschouwd als de vader van de ‘objectiverende kennisvergaring’. Dat wel zeggen, zonder gevoelens.

Ik sla nu een stuk over, concluderende dat het ‘Ik denk, dus ik ben’ de oorsprong was van het particulier innerlijk. Na een stuk over de ‘camera obscura’ volgt de uitspraak het scherm van de smartphone de toegangsweg vormt voor ons verstaan van de wereld. Want: via de ogen wordt een plaatje van de wereld in ons brein geprojecteerd dat wordt afgelezen door een homunculus.

Andere onderwerpen die wel interessant zijn, zijn oa de vraag wat een volk precies is en welke rol allerlei uitvindingen daarin spelen, bv de ontwikkeling van de strijdwagen. De laatst bekende veldslag die werd uitgevochten met strijdwagens was in 1275 BCE door de legers van Ramses II en Muwetallis II van Hatti. Daarna werden nieuwe oorlogstactieken ontwikkeld. Democratie ontstond door zoiets. De Griekse hoplieten bijvoorbeeld waren zelfstandigen, ze betaalden hun eigen wapenrusting, trainden vrijwillig. Dit gaf ze ook een stem in het beleid.

Verder: de Laconische glimlach van de Boeddha, De rol van Plato en het bestaan van een klassenmaatschappij.

Etc. etc. zou ik zeggen. Zeer de moeite waard, maar dit lees je niet in een paar avondjes uit.

Het puberende brein – Eveline Crone

Dit is een belangrijk boek voor mij, want ik heb vrijwel dagelijks met pubers te maken. Ik lees er af en toe een hoofdstuk uit. Zo nu en dan zal ik iets samenvatten.

Werkgeheugen
Met name in de ventrale préfrontale cortex wordt informatie vastgehouden. Moet die informatie ook nog gemanipuleerd worden, dan wordt de dorsale préfrontale cortex actief. Corticale rijping vindt ventraal eerder plaats dan dorsaal. Het in gedachten manipuleren van gegevens is voor kinderen tot een jaar of 12 moeilijk. Vanaf 15-16 jaar functioneert dit vermogen op volwassen niveau.
Tot een jaar of 18 hebben kinderen moeite met inhiberen, het afremmen van automatische handelingen. Ze hebben meer last van interferentie, d.w.z. dat je vast zit in een bepaald reactiepatroon, waardoor het moeilijk is af te wijken. Wat voor kleur hebben deze letters? (Het zijn blauwe letters en er staat ‘rood’) Het kind zegt ‘rood’. De puberhersenen reageren slecht op kritiek, maar goed op stimulerende en prijzende woorden.
Een tweede (of derde of vierde) taal kun je het makkelijkst aanleren in de eerste zeven jaar. Daarna wil het ook nog wel, maar niet meer accentloos.
De frontaalkwab van zeer intelligenten ontwikkelt zich trager dan van gemiddelden. Die zijn vaak wat langzamer in ontwikkeling. Dat is een probleem bij de CITO toets: die is op een vast moment, als de intelligente breinen nog niet zijn uitgerijpt. Slimme kinderen komen dan op verkeerde scholen terecht. Hoe het toetsen de gemiddelde intelligentie van dit land omlaag haalt…