Tagarchief: brein

Ganesha in Silicon Valley – Petran Kockelkoren

Ik kwam op de titel van dit boek tijdens een klooster retraite in Thuine, ik kocht het boek onmiddellijk, het duurde echter 9 maanden voor ik er aan toe kwam.  De introductie is tamelijk vaag zoals schrijvers die vooral de indruk willen geven ‘literatuur’ te schrijven. Dat blijft de eerste twee hoofdstukken zo. Je krijgt geen benul waar het over gaat. Wat is een mythe in zijn beleving? Dat verandert in hoofdstuk 3, dat gaat ergens over.

Kockelkoren onderscheidt drie soorten mythe:

  1. Oorsprongs mythen
  2. Transitieriten
  3. Machtslegitimatie

Het gaat hier over de constructie van het ‘innerlijk’. Het besef dat we allemaal een particulier ‘innerlijk’ hebben is pas van de laatste 400 jaren, het begon met René Descartes (1596-1650), hij wordt beschouwd als de vader van de ‘objectiverende kennisvergaring’. Dat wel zeggen, zonder gevoelens.

Ik sla nu een stuk over, concluderende dat het ‘Ik denk, dus ik ben’ de oorsprong was van het particulier innerlijk. Na een stuk over de ‘camera obscura’ volgt de uitspraak het scherm van de smartphone de toegangsweg vormt voor ons verstaan van de wereld. Want: via de ogen wordt een plaatje van de wereld in ons brein geprojecteerd dat wordt afgelezen door een homunculus.

Andere onderwerpen die wel interessant zijn, zijn oa de vraag wat een volk precies is en welke rol allerlei uitvindingen daarin spelen, bv de ontwikkeling van de strijdwagen. De laatst bekende veldslag die werd uitgevochten met strijdwagens was in 1275 BCE door de legers van Ramses II en Muwetallis II van Hatti. Daarna werden nieuwe oorlogstactieken ontwikkeld. Democratie ontstond door zoiets. De Griekse hoplieten bijvoorbeeld waren zelfstandigen, ze betaalden hun eigen wapenrusting, trainden vrijwillig. Dit gaf ze ook een stem in het beleid.

Verder: de Laconische glimlach van de Boeddha, De rol van Plato en het bestaan van een klassenmaatschappij.

Etc. etc. zou ik zeggen. Zeer de moeite waard, maar dit lees je niet in een paar avondjes uit.

Het puberende brein – Eveline Crone

Dit is een belangrijk boek voor mij, want ik heb vrijwel dagelijks met pubers te maken. Ik lees er af en toe een hoofdstuk uit. Zo nu en dan zal ik iets samenvatten.

Werkgeheugen
Met name in de ventrale préfrontale cortex wordt informatie vastgehouden. Moet die informatie ook nog gemanipuleerd worden, dan wordt de dorsale préfrontale cortex actief. Corticale rijping vindt ventraal eerder plaats dan dorsaal. Het in gedachten manipuleren van gegevens is voor kinderen tot een jaar of 12 moeilijk. Vanaf 15-16 jaar functioneert dit vermogen op volwassen niveau.
Tot een jaar of 18 hebben kinderen moeite met inhiberen, het afremmen van automatische handelingen. Ze hebben meer last van interferentie, d.w.z. dat je vast zit in een bepaald reactiepatroon, waardoor het moeilijk is af te wijken. Wat voor kleur hebben deze letters? (Het zijn blauwe letters en er staat ‘rood’) Het kind zegt ‘rood’. De puberhersenen reageren slecht op kritiek, maar goed op stimulerende en prijzende woorden.
Een tweede (of derde of vierde) taal kun je het makkelijkst aanleren in de eerste zeven jaar. Daarna wil het ook nog wel, maar niet meer accentloos.
De frontaalkwab van zeer intelligenten ontwikkelt zich trager dan van gemiddelden. Die zijn vaak wat langzamer in ontwikkeling. Dat is een probleem bij de CITO toets: die is op een vast moment, als de intelligente breinen nog niet zijn uitgerijpt. Slimme kinderen komen dan op verkeerde scholen terecht. Hoe het toetsen de gemiddelde intelligentie van dit land omlaag haalt…