Tagarchief: Paul Ham

Der Vorabend Des Krieges – Paul Ham

VorabendKriegesHet gaat over 1913. Het boek begint met een globale beschrijving van de situatie in Europa. De bevolking had niet het idee dat er oorlog zou komen, maar politiek en militair was de stemming broeierig er werd over onvermijdelijke oorlog gesproken.

Engeland beleefde op alle niveaus een top jaar. De economie was echter aan het inzakken, nog niet dagelijks merkbaar, maar de economen wisten het. De verschillen tussen arm en rijk waren enorm. De regering probeerde wel iets te doen , maar het schoot niet op. Thema’s waren: stemrecht voor vrouwen (kwam er niet door), de onafhankelijkheid van Ierland en: de Tango.

Rusland deed het economisch goed. Maar alleen de rijken profiteerden ervan. Het lijfeigenschap was nog maar net afgeschaft. De Doema was een zwakke instelling, vooral bedoeld om de revolutionairen rustig te houden. Grote landhervormingen waren gepland om alle arme boeren (niet langer lijfeigene) aan land te helpen. Dat verliep tergend langzaam, veel armen trokken naar de steden op zoek naar werk. Dat was er bijna niet, huisvesting evenmin. Een plan voor sociale woningbouw kwam niet door de Doema. Er werd druk gespeculeerd op de beurs. De stemming in de hogere kringen was anti-duits. De militairen zeiden klaar te zijn voor een oorlog (maar dat was niet zo, te kort aan alles). De tango werd ook hier verboden.

In Frankrijk heerste een sterk nationalisme, sterk anti Duits. De jeugd van 1870 was nu ruim volwassen en wilde wraak voor de nederlaag en het verlies van de Elzas. Dit gevoel werd vanuit de politiek sterk gevoed.

Duitsland was economisch hard aan het groeien. Nadat het niet erin geslaagd was om een groot koloniaal rijk te stichten, richtte men zich meer op Europa. De militairen waren al 20 jaar bezig met het ontwerpen van oorlogsstrategieën, zonder medeweten van burgers. Dat moest telkens weer bijgesteld worden omdat kanonnen krachtiger werden, er meer treinen kwamen etc. Het was een tijd van grote technische en machinale ontwikkelingen.

Alle landen waren al jaren hun leger aan het versterken. Erg belangrijk daarbij was het spoor. De treinen. Want daarmee kon je heel snel miljoenen soldaten en materieel vervoeren. Er werd dus flink gebouwd aan het net. De Russen kregen van de Fransen een giga lening om een spoornet aan te leggen, zodat ook zij hun troepen snel in Duitsland zouden kunnen krijgen. Het was ook wel nodig, het Russische spoorwegennet was zeer slecht. Er zat ook een dreiging achter: als iemand een trein vol soldaten naar de grens zou sturen, dan zouden de anderen dat ook doen en was een oorlog snel begonnen. Het spoor was wat dat betreft wat raketten tegenwoordig zijn.

Er was nog veel meer moois. De artillerie kreeg steeds grotere kanonnen waarmee je ver over de oprukkende infanteristen heen kon schieten, liefst met splinters en gas. Men was er helemaal klaar voor. Door deze ontwikkeling werd in 1900 voor het eerst de term ‘front’ genoemd, in de zin van een breed front met oprukkende soldaten. Dat was anders dan een lokaal slagveld.

De oorlog werd als onvermijdelijk gezien. Het was ook een carrière spelletje voor hoge militairen. Veel politici hadden het drukker met hun eigen hobby’s. Het patriottisme werd sterk gestimuleerd. Vooral jonge mannen wilden vechten voor het vaderland. Duitsland zou uit zijn op wereld heerschappij, iets dat niet aan de orde was. Het sterkst bewapend was Frankrijk. De schrijver concludeert dat er geen pogingen gedaan zijn om de oorlog te voorkomen. Ook achteraf werd het allemaal goed gepraat als zijnde onvermijdelijk, de wil van God en dat soort kreten. De kerst van 1913 was de laatste kerst in vrede. Het jaar daarop begon de grootste slachting ooit. Doden op industriële schaal.