Tagarchief: Scientific American

Scientific American june 2018

Onze zon is ontstaan uit de restanten van vorige zonnen. De oerzon bestond geheel uit waterstof en vormde helium en metalen. De toen de moederzon op was en uiteenviel, ontstonden nieuwe zonnen en planeten. Dankzij die moederzon hebben wij metalen etc in de aardkorst. Een redelijk aantal zusterzonnen, die dus uit dezelfde stofwolken zijn ontstaan, zijn opgespoord. Interessant.

Endometriose, een kort overzichtsartikel. Ongeveer 10% van alle vrouwen lijdt eraan. Het blijft een medisch raadsel. Hoe komen endometrium cellen op andere plekken terecht en geven ze hevige pijn, ontstekingen en vorming van littekenweefsel. Mogelijk zijn er meer oorzaken. De behandeling is over het algemeen niet voldoende, er wordt gewerkt aan betere behandelingen. Heel lang heeft deze aandoening erg weinig aandacht gekregen, maar dat verandert de laatste tijd.

Onder invloed van temperatuurverhoging worden de meeste diersoorten kleiner. Hoewel er diverse theorieën zijn hierover, blijft het eigenlijk alleen bij de vaststelling dat het zo is. Bij een verdere temperatuurverhoging van de aarde zou dit o.a. kunnen betekenen dat de beschikbare hoeveelheid voedsel zal afnemen.

Daarnaast nog een aantal kwantum gerichte artikelen die ik voorlopig oversla.

Scientific American september 2018 – Humans

Dit nummer van de Scientific American gaat over ‘humans’. Belangrijk voor de ontwikkeling van het intellect en bewustzijn is het hebben van grote hersenen in verhouding tot het lichaam. In dat opzicht springt de mens er wel uit. En je moet de mogelijkheid hebben om dingen te kopiëren. Het liefst gecombineerd met de neiging om in groepen bij elkaar te zijn. Daar is geen gen voor. Iets dergelijks geldt ook voor de ontwikkeling van taal. Daar is ook niet een specifiek gen voor. Taal heeft ook alles te maken met het ontwikkelen en kopiëren van symbolen. Bijvoorbeeld chimpansee in het wild begrijpen niet wat je bedoelt met wijzen. Apen die opgroeien bij mensen wel.

Een erg interessant artikel was over de oorsprong van homo sapiens. Het klassieke idee,dat lang geleden een uniek groepje mensen ontstond en vervolgens op pad ging, lijkt niet op te gaan. Er bestonden vele menssoorten, waarvan de Neanderthalers en de Denisoviërs het bekendst zijn. Er trad vermenging op en dat heeft uiteindelijk weer bijgedragen aan de Homo Sapiens. De huidige Europeaan heeft 2-4% Neanderthal DNA, dat heeft geholpen bij de lichtere huid en daardoor de mogelijkheid om verder naar het noorden te kunnen trekken. Daarnaast was er een verbetering van het immuunsysteem. De Tibetanen hebben een deel Denisovisch DNA wat hen de mogelijkheid gaf om in een omgeving met een lager zuurstof gehalte te kunnen leven. Ook cultureel lijken de verschillende groepen elkaar te hebben beïnvloed.
Volgens de schrijver hebben we nog meer niet-Sapiens DNA, maar is daar nog geen passende mensensoort bij gevonden.

Oorlog is een uitvinding die vele duizenden jaren geleden gedaan is. Volgens de schrijver is het niet iets dat in de mens zit. Op de een of andere manier komt het betoog niet echt geloofwaardig over.

Humaans (Ferengi uitspraak) beïnvloeden de evolutie door o.a. stedenbouw. Pluiszaadjes in de stad ontwikkelen zich zo dat ze meer recht naar beneden zakken, duiven leren zich verbergen voor slechtvalken die grootschalig in steden nestelen en slakken krijgen een lichter gekleurd huis om minder warmte op te nemen.

De kans dat ergens in het universum nog andere vormen van intelligent leven bestaan is vrijwel nul. Het aantal toevalligheden dat heeft geleid tot het ontstaan van ons is namelijk ERG groot. De kans dat er nog ander leven bestaat in het universum is groot, maar niet voor intelligent leven met een technologische beschaving.

Scientific American – A Matter of Time

Dit nummer begint met enige fysische beschouwingen over tijd. Hoog speculatief en vooral beschouwend. Het is duidelijk dat men daar niet echt raad mee weet.

In het biomedische artikel  ‘Biological clocks’ staat een opmerking over de relatie tussen deficiënte bioklokken en o.a. ADHD, Parkinson, kanker en SAD. ADHD zou te maken kunnen hebben met frequente aandachts-spikes die de interne klok starten, zoiets. Bij Parkinson is er minder dopamine beschikbaar, zelfde verhaal, tijd wordt anders ervaren.
Het corpus striatum is één van die plaatsen in het brein waar duizenden neuronen convergeren naar naar 1 neuron.
Het 24-uursritme zit stevig verankerd in ons lichaam. Ook in celkweken is een circadiaan ritme aanwezig. De tijdvariatie is minimaal.
Hoewel licht niet nodig is voor dit ritme, is het wel nodig om de klok aan te passen aan de actuele situatie. De feitelijke klok zit gedeeltelijk in de Nucleus Supra Chiasmaticus, in ieder geval als het gaat om bloeddruk en lichaamstemperatuur.
De menstruatiecyclus heeft niets met de maanstand te maken, de overeenkomst zou toevallig zijn.
De relatie tussen geheugenverlies en tijd laat zich goed illustreren bij schade van de hippocampus en de temporale kwab. Hippocampus schade maakt de vorming van nieuwe herinneringen onmogelijk. De temporale kwab is essentieel bij het opslaan en oproepen van tijd gerelateerde herinneringen. Het lijkt er op dat tijd lijn geheugen en gebeurtenis geheugen twee verschillende dingen zijn.

Tenslotte nog enige artikelen over klokken en tijdmeting. Die heb ik overgeslagen.

Scientific American januari 2017

‘It from Qubits’. It staat voor ‘Interactie’ en Qubit betekent zoveel als de kleinste informatiehoeveelheid op kwantum niveau. De bedoeling is om kwantumwetenschap en  relativiteit dichter bij elkaar te brengen. IfQ gaat niet over wat die Qubits nou precies zijn, maar meer over hoe de interactie verloopt en wat het effect daarvan is. Het belangrijkste gegeven hierbij is ‘kwantum entanglement’. Het idee is gerelateerd aan een andere veronderstelling, nl dat twee zwarte gaten die ‘entangled’ zijn een ‘wormhole’ zouden kunnen maken. ‘Entanglement’ kan dus een structuur in het ruimte-tijd continuüm produceren. De klassieke entanglement gaat voornamelijk over de spin van de betrokken deeltjes, maar feitelijk zijn er natuurlijk veel meer eigenschappen betrokken. Deze interacties zouden het heelal maken wat het is en ook de zwaartekracht kunnen verklaren. Als voorbeeld wordt gegeven hoe moleculen in de lucht uiteindelijk ‘weer’ geven. Dat kun je niet verklaren uit de afzonderlijke deeltjes.

 

Verder: Vogels zijn een subgroep van dinosauriërs. In China zijn veel voorbeelden daarvan gevonden.

En:

Het belang van forensisch onderzoek bij dieren. Want mensen die dieren mishandelen, mishandelen vaak ook mensen.

En:

Lab made brains is zwaar overtrokken. Waar het om gaat is dat hersen weefsel gekweekt kan worden en daarbij ook een globaal overeenkomstige celstructuur bewaart. Heel nuttig om allerlei neurologische ziekten te bestuderen. De schrijvers stellen ons gerust: het is onmogelijk dat deze hersenweefsels iets van een bewustzijn zullen ontwikkelen.

Scientific American augustus 2018

Lang werd er geleerd dat het brein en het immuunsysteem niets met elkaar te maken hadden. Ik kon me dat niet voorstellen. In het natuurgeneeskundige circuit is men er al eeuwen van overtuigd dat het wèl het geval is. Maar, nu blijkt dat inderdaad het geval te zijn. Zo intensief zelfs dat het in dit artikel wordt neergezet als het 7e zintuig ( het  6e zintuig is de propriocepsis). Neuro-immunologie noemen ze dat nu. Het immuunsysteem is betrokken bij herstel na beschadiging van de hersenen. Andersom hebben de hersenen ook een soort monitorfunctie. Er blijken lymfevaten om en in de hersenen te liggen en ook via (langs) bloedvaten hebben witte bloedcellen de mogelijkheid om toch in het brein door te dringen. De schrijvers zien dit ook als een kans om medicijnen te ontwikkelen tegen allerlei neurologische  aandoeningen.

Dan een interessant artikel over ‘Dark Matter’. Allerlei experimenten en metingen hebben nog steeds geen overtuigend bewijs geleverd voor het bestaan van deze ‘donkere materie’. Na enig heen en weer geredeneer wordt de vraag gesteld of ons idee over zwaartekracht wel klopt. Diverse astronomische zaken zouden beter verklaard kunnen worden met een ‘aangepaste zwaartekracht’. Echter niet alles. De waarheid ligt dan mogelijk weer ergens in het midden. Interessant.

The Science of Diet & Exercise – Scientific American

Dit boekje bevat een aantal recente artikelen uit de ‘Scientific American’. Omdat het losse artikelen zijn, is de overlap redelijk groot. De punten die naar voren komen zijn:

    • Het basale calorie verbruik van een mens is redelijk stabiel, of je nou veel beweegt of niet. Daarmee is duidelijk dat bewegen een goede gewoonte is met veel gezondheidsvoordelen, maar weinig bijdraagt aan afvallen.
    • De inname van voedsel zorgt voor overgewicht.
    • De vertering van de ingenomen voeding is niet voor iedereen hetzelfde. Er is bestaat dus een familiaire aanleg.
    • De drang om te eten is meestal niet bepaald door honger, maar door alle dingen die daar omheen gebeuren.
    • Diëten zijn meestal (soms gaat het goed) rampzalig en eindigen in een gewichtstoename. Het is beter geleidelijk gewoonten te veranderen. Dat werkt beter met een langduriger resultaat.

Al met al geen schokkende dingen, maar nuttig om te lezen. Het meeste wisten we al. De vraag is hier wie ‘we’ zijn, want ik maak nog bijna dagelijks mee dat kinderen veel te dik zijn, de hele dag grazen, geen water lusten, geen groente lusten en het dus ook niet krijgen en zich hoofdzakelijk met lege calorieën voeden.

Scientific American november 2016

Opwarming, een verontrustende gedachte …

Doordat de aarde steeds warmer wordt, komen ziekten die tot voor kort alleen in zuidelijke streken voorkwamen, ook steeds verder noordelijk voor. En dat is niet het enige. Met het steeds dieper ontdooien van het permafrost komen ook steeds meer ziektekiemen vrij die bv 30.000 jaren of langer ingevroren waren. Denk aan antrax. Er kunnen ook andere, onbekende ziektekiemen vrijkomen.