De alchemist – Paul Coelho

Normaal lees ik -behalve science fiction- eigenlijk geen romans. Deze moest ik lezen van mijn nicht Amanda. Ik heb het boek in 1x uitgelezen. Schitterend. Hoe een jonge herder inzicht krijgt in de diepste geheimen van het leven, die eigenlijk iedereen ook wel weet. De schrijver heeft duidelijk Jung gelezen. De jongen wordt diverse malen gewaarschuwd om op ‘de tekens’ te letten. Die zijn er en zijn zichtbaar voor wie er oog voor heeft. Dat doet me onmiddellijk denken aan Jung met zijn ‘synchroniciteit’, het betekenisvolle toeval, dat alleen in een bepaalde context toevallig of betekenisvol is. De clou zal ik je niet verraden, maar die had ik eerder gelezen in een klein boekje van Buber.

De taal is stijlvol, ietwat plechtig. Wel mooi.

Starfisher trilogie deel 3: Stars End – Glenn Cook

Was deel 1 als intro onduidelijk, deel 2 helder, deel 3 is het deel van de losse eindjes. Mouse en Moyshe zijn overgelopen naar de Seiners. Moyshe was daartoe ookpsychisch gemanipuleerd, zodat de Confederatie meer inzicht zou krijgen in de Seinerwereld. En passant komt Mouse achter de zeer geheime locatie van de Sangaree thuiswereld. En meteen wordt het complete zonnestelsel door de Confederatie vernietigd. Een nieuw gevaar duikt op uit het centrum van de melkweg. Een oorlogzuchtig ras is doende alle leven uit te roeien. Ze zijn zeer talrijk en door hun aantallen niet te stoppen. Stars End blijkt te zijn gebouwd om dit ras te stoppen, al 3x eerder zijn ze door de melkweg geveegd. Dit wordt duidelijk na de vondsten van oude scheepswrakken. Het lijkt erop dat de Sangaree ooit bedoeld waren als het eigen oorlogsras van de Stars End bouwers.
Ik geef toe, deze samenvatting is wat chaotisch, maar daar gaat het over. Het biedt een aantal inzichten en daar blijft het bij. Jammer, het is een goed verhaal verder. Een aantal elementen komen me wel erg bekend voor, zoals het oorlogszuchtige ras, dat kom je tegen in SpaceMarines.
Leuk om te lezen, veelbelovend, maar geen aanrader.

Starfisher trilogie deel 2: Starfisher – Glen Cook

Het eerste deel was onduidelijk en onoverzichtelijk. Ik ben er mee gestopt en heb na enige tijd toch maar het tweede deel opgepakt. En die is veel beter. Al kort na het begin begrijp je waar het in het eerste deel over ging. Ik zal hierna het eerste deel weer oppakken. In dit universum is de aarde een achtergebleven gebied. De bewoners crimineel, ze leven het liefst in bendes. Er is veel strijd en oorlog. De rest van het gekoloniseerde heelal wil liever niets met ze te maken hebben. De meeste door mensen bewoonde werelden zijn na veel strijd en gedoe samengegaan in een confederatie. Eigenlijk zijn ze nauwelijks samen, maar hebben wel een gezamenlijke marine, en die is uiteindelijk de Confederatie. Het hoofdkwartier bevindt zich op de Aardse maan, ‘Luna Command’. In de buitengebieden zit nog wel wat anarchie. Grote bedrijven zijn daar ook min of meer uitgegroeid tot staten. En, heel merkwaardig, er bevindt zich daarbuiten ook een ras, de Sangaree, die er precies zo uitzien als mensen. Zeer waarschijnlijk zijn ze in lang vervlogen tijden weggehaald van de Aarde. Door wie? Ze mogen er dan net zo uitzien, ze denken toch behoorlijk anders en beschouwen de mensheid als een diersoort.
In dit verhaal komen twee agenten van de Confederatie op een Seinerschip. De Seiners zijn een volk/bedrijf dat zich in de diepe ruimte bezighoudt met het winnen van Ambergris, een goedje geproduceerd door ‘Starfish’, ruimtevissen. Het zijn intelligente wezens die zich bewegen in de waterstof stromen in de ruimte, maar ook in meerdere dimensionele vlakken bestaan. In ruil daarvoor geve de Seiners bescherming tegen ‘haaien’, predatoren van de zelfde samenstelling. Dat Ambergris is nodig voor de ruimtevaart en kan niet gesynthetiseert worden (doet een beetje aan ‘Dune’ denken). De Haaien worden steeds bedreigender. De Seiners denken dat toegang tot ‘Stars End’ hun redding kan zijn. Helaas, op het moment dat ze toegang proberen te verkrijgen, worden ze door een Sangaree meute verjaagd. ‘Stars End’ is een planeet, vol met ongelofelijk krachtige wapens. Niemand weet van wie of waarom, maar als je te dichtbij komt, wordt je de ruimte uitgeschoten.

Starfisher trilogie 1: Shadowline – Glen Cook

Deel 1 was een aanvankelijk vervelend boek. Je hebt van die trilogieën die pas ontstaan als deel 1 geschreven is. Dat is hier duidelijk het geval. De Starfishers komen alleen voor als begrip, als geheimzinnige bondgenoot, maar het wordt niet duidelijk wie of wat zij zijn. In het boek komen ook de zogenaamde ‘Sangaree’ voor. Pas toen ik in deel 2 begon, werd mij duidelijk hoe het zat: het zijn mens identieke buitenaardsen, die zò identiek zijn, dat het niet toevallig kan zijn. Het lijkt erop dat zij in prehistorische tijden zijn afgevoerd naar een andere planeet en zich daar verder hebben ontwikkeld. Ze denken ook behoorlijk anders. De essentie van dit verhaal is het volgende: Om interstellair radiocontact te kunnen hebben, heb je twee grondstoffen nodig. Het ene is eenradio actief goedje dat slechts op een zeer onaangename planeet wordt gewonnen (erg heet, geen atmosfeer). Het andere goedje is een uitscheidingsproduct van zeer etherische wezens, dat door de Starfishers wordt gewonnen. Beide materialen zijn niet synthetisch te bereiden en dus heel duur. Een zelfstandige mijnwerker ontdekt een zeer rijke ader van het goed. Hij wordt vermoord en o.a. de Sangaree azen op het goedje. De strijd wordt uitgevochten tussen twee huurlingenlegers, de hoofdfiguur is Storm. De strijd loopt volledig uit de hand, er worden zelfs atoombommen gebruikt. Uiteindelijk wint Storm met zijn leger, maar dat wordt uiteindelijk opgeheven na de dood van de leider, Gnaeus Storm. Er worden een aantal heel vervelende vetes beschreven, diverse vormen van menselijke wreedheid komen naar voren. De zoon van Gnaeus Storm komt terug in de volgende delen: Mouse.

De onverbrekelijke band tussen ouders en kinderen – Annelies Onderwater

Mijn nicht Amanda is Contextueel Therapeut. Zij legde mij uit wat dat inhoudt en leende me wat studiemateriaal. Dat is nooit verkeerd als jeugdarts. Dit is een aardig werkje. Eigenlijk weten we dit allemaal wel, maar het wordt hanteerbaar als we het kunnen benoemen. Het komt hier op neer: grootouders, ouders, kinderen. Hun bloedverwantschap, hun gezamenlijke geschiedenis, hun tradities, normen en waarden en hun voortleven in een volgende generatie, vormen een niet te verbreken band tussen gezinsleden en familieleden over gene-raties heen. Dit is een band tussen de generaties die zorg vraagt en zorg baart. Inzicht in de werking – ten goede en ten kwade -van deze onverbrekelijke band is onontbeerlijk voor iedereen die zich deze zorg weet opgedragen en heeft verstrekkende gevol¬gen voor de manier waarop men omgaat met adoptie, voor de plaatsing van kinderen in pleeggezinnen en begeleiding daar-van, voor het werk in de residentiële hulpverlening en voor al die andere situaties waarin de band tussen ouders en kind zorg vraagt.
De auteur beschrijft deze verbondenheid aan de hand van de theorieën van de gezinstherapeuten Ivan Boszormenyi-Nagy en Helm Stierlin. Iedereen is volgens Nagy gebonden aan zijn legaat van kinderlijke loyaliteit, hetgeen bij Stierlin tot uiting komt in het begrip delegatie. De theoretische verantwoording die met name Nagy van deze inzichten geeft, is niet eenvoudig. In dit boek worden de grondbegrippen systematisch doorgelicht, Op indringende wijze wordt een boeiende, maar ook complexe theorie in een ruimer theoretisch kader geplaatst en voor velen toegankelijk gemaakt, vooral ook door de vele verwijzingen uit een praktijk van zorg.

De zelfmoordclub

Gekregen van de forensische dienst. Een Finse directeur van een failliet bedrijf (de zoveelste)en een kolonel van het Finse leger, treffen elkaar in een vervallen boerderijtje waar beiden van plan zijn zelfmoord te plegen. Ze besluiten dat nog even uit te stellen, raken aan de praat en besluiten om een een soort zelfmoordclub op te richten. De eerste vergadering is een groot succes. Het plan wordt opgevat om samen naar de Noordkaap te rijden en daar massaal zelfmoord te plegen.
Aldus geschiedt. Gelukkig is één van de potentiële zelfmoordenaars directeur van een touringcar bedrijf, dus het vervoersprobleem is opgelost. Er moet eerst nog wat gereisd worden om overal uit het land zelfmoordenaars op te halen. Diverse redenen worden beschreven: faillissement, armoede, mishandeling, onderdrukking, uitbuiting, kanker, depressie. Een boeiende reis naar de Noordkaap volgt. Als de bus met volle vaart op de afgrond afraast, drukken een aantal mensen op de ‘Stop’ knop en het feest gaat niet door. Niet iedereen is er klaar voor. Men besluit naar Zwitserland te reizen en daar een ravijn in te rijden. Tijdens de reis neemt de levenslust toe. De problemen thuis lijken kleiner, er ontstaan relaties tussen verschillende zelfmoordenaars. Uiteindelijk pleegt niemand zelfmoord.

Songs from a Distant Earth – Arthur C. Clarke

In de 20e eeuw worden neutrino’s ontdekt. Deze ontdekking leidt uiteindelijk tot het inzicht dat de zon over een paar duizend jaar een nova zal worden. In het begin maakt de mensheid zich daar niet zo druk om. Het zal niet in hun tijd gebeuren, ‘na ons de zondvloed’. Maar een paar honderd jaar voor de verwachte nova begint de tijd toch wel te dringen. Wil de mensheid als soort overleven? Er zijn goede aanwijzingen dat in de directe nabijheid van de zon (op astronomisch nivo) koloniseerbare planeten zijn. Er worden grote kolonistenschepen gebouwd die mens en dier daar naar toe moeten brengen. Een reis van honderden jaren, want sneller dan licht wil het niet, zelfs niet met halve lichtsnelheid. Veel kolonistenschepen (‘Seedships’) redden het niet, er wordt nooit meer wat van vernomen. Anderen redden het wel, en via de meegestuurde zender berichten ze van hun nieuwe planeet en de reis. Het duurt al gauw een jaar of twaalf voordat zo’n bericht aankomt. Vlak voor de grote catastrofe wordt de quantum aandrijving uitgevonden, een aandrijving waarmee energie uit het niets kan worden gehaald. Het laatste kolonistenschip vertrekt met deze aandrijving en maakt, achterom kijkend, de vernietiging van het zonnestelsel mee. Na een lange reis komen ze aan bij de planeet … Deze planeet had in het verleden wel berichten gestuurd, maar dat hield plotseling op. Daardoor dacht men, dat de kolonisatie verkeerd was afgelopen. Maar nee, er bleek een bloeiende beschaving te bestaan. Helaas was de grote zender door een vulkaan uitbarstin beschadigd.
De planeet is een waterplaneet met maar drie eilanden. Het boek beschrijft hoe de ontmoeting van deze ondertussen verschillende culturen plaats vindt. En hoe het schip uiteindelijk weer verder trekt. Clarke gebruikt altijd realistische technieken in zijn verhalen. Alleen de quantum aandrijving, die moet nog worden uitgevonden. Een mooi verhaal. Mike Oldfield gebruikte dit thema in zijn CD ‘Songs from a Distant Earth’.